Inleiding
Het "Heilig Avondmaal" of ook wel de Eucharistie-viering genoemd, is voor de meeste
Christenen een standaard begrip, zo was het ook ooit voor mij. Drie van de vier Evangeliën vertellen
van Jezus en de "Instelling van het Avondmaal". Ook Paulus spreekt er over in zijn brief aan de
gemeente te Korinthe. Ik ben echter in de loop der jaren steeds meer gaan begrijpen van deze
bijzondere
gebeurtenis en met name door het moment dat Jezus uitkoos om dit met zijn discipelen te delen.
Hierdoor is het voor mij, van een "standaard begrip" tot iets heel speciaals geworden.
Jezus zegt in Lucas 22:15: "Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten,
eer Ik lijd". Deze uitspraak van Jezus, met de klemtoon op DIT, geeft aan dat het moment
door Jezus zorgvuldig was bepaald. Hij vierde het Pascha nu waarschijnlijk voor de derde maal met
zijn discipelen en daarvoor met zijn ouders. Elk jaar rond dit tijdstip werd het Pascha gevierd door
de Joden, zo is Jezus opgegroeid en opgevoed door Jozef en Maria. Jezus had echter vurig begeerd
juist DIT Pascha met hen te vieren omdat deze heel speciaal voor Hem was. Dit had natuurlijk alles
te maken met de instelling van het Laatste Avondmaal.
Om dit iets beter te gaan begrijpen zullen we terug moeten naar de instelling van Het Pascha in
Exodus 12.
In geheel het land Israël, in elk huis en elk gezin, werd de "Uittocht uit Egypte" herdacht door de
viering van het Pascha dat door de HEERE was ingesteld als een gedenkdag en feest voor de HEERE als
een altoosdurende inzetting.
Dit herdenken van de "Uittocht uit Egypte" wordt volgens de door God zelf gegeven instructies
uitgevoerd. Zie Exodus 12:1-
zogenaamde Seder-maaltijd genuttigd werd volgens de uit overlevering beschreven
instructies, de z.g. "Hagadah", om de
Waarom juist Brood en Wijn, en waarom bij de derde beker tijdens de maaltijd. Hoezo en waarom een
nieuw verbond. Om een antwoord te krijgen op al deze vragen, wil ik je eerst meenemen naar het Oude
verbond. Tot slot zullen we nog proberen om een (Bijbels) antwoord te vinden op vragen als:
Hoe vaak moeten we dit doen, wat voor brood moeten we gebruiken en moet het wijn, of mag het ook
druivensap zijn ?
De oorsprong
Als we het hebben over schatgraven zoals het hoofdthema van deze blog aangeeft en beschreven is op de
about-pagina, dan is
de oorsprong van het Heilig avondmaal een z.g. school voorbeeld van een verwijzing naar Yeshua in
het Oude Testament. Om er achter te komen waar we moeten beginnen met graven in het Oude Testament
kijken we naar de gelegenheid en het moment waarop Jezus dit zegt; Het is Seder-avond, een term
trouwens die we in de Bijbel niet terug vinden. Seder is het Hebreeuwse woord voor "Volgorde" en is
de start van het Pesach feest. De Basis hiervoor vinden we in Exodus 12.
Deze Seder maaltijd wordt volgens de Joodse traditionele Haggadah, het Hebreeuwse woord voor
"vertelling", de volgorde van alle rituele handelingen, uitgevoerd. Ze vieren en herdenken hiermee
de uittocht uit Egypte, hun verlossing en bevrijding na een periode van 430 jaar slavernij.
Als we Exodus 12 lezen, vallen ons al meteen enkele dingen op die richting Yeshua wijzen:
- vs.3,6 - Drie dagen een lam in huis halen om deze daarna in de avond slachten.
- vs.5 - Een lam zonder enig gebrek.
- vs.7 - Het bloed van het lam nemen en op de deurposten en bovendorpel van je huis smeren.
Brood en Wijn
Ook in het oude Testament was een keer heel specifiek sprake van Brood en Wijn, namelijk toen
Melchisedek Abraham tegemoet ging na zijn overwinning op de koningen van het zuiden. De naam
Melchisedek betekent trouwens: Koning der Gerechtigheid. En, wat velen ook niet weten is dat
ook aan Abraham het evenagelie is verkondigd. Lees hiervoor maar eens Galaten 3:6-9
De viering van het Heilig Avondmaal onder het Nieuwe Verbond
1 Kor. 10:16-17
Is niet de beker der dankzegging, waarover wij de dankzegging uitspreken, een
gemeenschap met het bloed van Christus? Is niet het brood, dat wij breken, een
gemeenschap met het lichaam van Christus? Omdat het één brood is, zijn wij,
hoe velen ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene brood.
1 Kor. 11:23-29
Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb,
dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging
uitsprak, het brak en zeide: Dit is mijn lichaam voor u, doet dit tot mijn gedachtenis.
Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het
nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis.
Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren,
totdat Hij komt. Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt,
zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren. Maar ieder beproeve zichzelf en
ete dan van het brood en drinke uit de beker. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot
zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt.
Additions
Genesis 14:18 Melchisedek en Abram,
De hogepriester van het nieuwe verbond (Hebr. 8:1-13)
De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter
rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen, de dienst verrichtende in het heiligdom,
in
de ware tabernakel, die de Here opgericht heeft, en niet een mens.
Want iedere hogepriester treedt op om gaven en offers te brengen, en om die reden was het
noodzakelijk, dat ook deze iets had om te offeren. Indien Hij nu op aarde was, dan zou Hij niet
eens
priester wezen, daar er (hier reeds) zijn om volgens de wet de gaven te offeren. Dezen
verrichten
slechts dienst bij een afbeelding en schaduw van het hemelse, blijkens de godsspraak, die Mozes
ontving, toen hij de tabernakel zou gereedmaken. Zie toe, zegt Hij immers, dat gij alles maakt
naar
het voorbeeld, dat u getoond werd op de berg. Nu echter heeft Hij een zoveel verhevener dienst
verkregen, als Hij de middelaar is van een beter verbond, waarvan de rechtskracht op betere
beloften berust. Want indien dat eerste onberispelijk ware geweest, zou er geen plaats gezocht
zijn
voor een tweede. Want Hij berispt hen, als Hij zegt: (in Jer. 31:31):
Zie, er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw
verbond tot stand zal brengen, niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen maakte
ten dage, dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, want zij hebben zich
niet gehouden aan mijn verbond en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here.
Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen,
spreekt
de Here: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik
zal
hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. En niet langer zullen zij een ieder
zijn
medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij
kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. Want Ik zal genadig zijn over hun
ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken. Als Hij spreekt van een nieuw
(verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart,
is niet ver van verdwijning.
Jes. 53:1-12